De Archeologische Werkgemeenschap Nederland.
Fotoalbum met op de voorplaat het logo van de AWN.
(Cursief dagboekaantekeningen van Irene.)

02 03 04 05 06 07 08
Pot Scherven Sporen Sporen Sporen Potten Excursie
09 10 11 12 13 14 15
Excursie Excursie Excursie Excursie Excursie Excursie Ouwe Hoorn
16 17 18 19 20 21 22
Ouwe Hoorn Ouwe Hoorn Ouwe Hoorn Ouwe Hoorn Ouwe Hoorn Ouwe Hoorn Ouwe Hoorn
23 24 25 26 27 28 29
Ouwe Hoorn Torenhuis Hoge Landje Hoge Landje Hoge Landje Hoge Landje Gemme
30 31 32 33 34 35 36
Plakken Bezoek Excursie Excursie Excursie Pijpjes Scherven


Dagboekaantekeningen.

Over de Texelse afdeling van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland AWN

20-2-’65. Vrijdagavond.
Dinsdag kom ik thuis, moe, stoffig (van onze zéér stoffige lokalen) en wat ligt daar op mij, pauvr’ enfant, te wachten? Een brief. Van de Archeologische Werkgroep Texel. Woensdagavond is er een bijeenkomst. Nou, ik mijzelf een ongeluk gewerkt, Dinsdagavond, Woensdagmiddag, want voor Vrijdag moest ik ook nog werken, décorschilderen, en woensdagavond was ik keurig op tijd op de vergadering. Heel gezellig. Veel mensen leren kennen en zo. Wij spraken o.m. af dat de 6e Maart zou worden besteed aan een tochtje naar Hoorn en omstreken, dat er een tocht langs alle tot nu bekende Texelse vindplaatsen gemaakt zou worden en er bestaan ook plannen voor en opgravinkje in Oud Den Hoorn (geen idee waar dat ligt, merk ik wel). Van Hans Kieviet kreeg ik een grote foto met daarop van links naar rechts Ik, Jan Kunst, Meester Conijn (vervaarlijk zwaaiend met een schep), J.P. Reydon (diepzinnig naar zijn laarzen turend) en Gerrit Gerrits (zijn voeten op een haast niet te beschrijven manier houdend). De foto liet vrij duidelijk een deel van het terrein der opgraving zien. Om over half 11 werd ik in de auto van Meester Conijn naar huis vervoerd, mijn fiets half in de bagageruimte.

Maandag 8-3-’65. Zaterdag met Werkgroepers naar Schokland geweest. Die N.O.P. is nog erg mooi, veel bomen, ruim, modern. Het bouwland is er bezaaid met interessante dingen, land- en zoetwaterschelpen, pijpekoppen, scherven. Schokland is leuk, met een mooi museum. ‘k Zou best een weekje daarheen willen om alles te bekijken.
We hebben gegeten in Emmeloord in een zeer deftig hotel-café-restaurant met zeer deftige kelners, die niet konden lachen en een kok met een echte koksmuts.

Vrijdag 23-4-’65. Gisteren was Meester Conijn hier met Hans Kiewiet, om een gulden voor het huwelijkscadeau van juffrouw Mathijssen, ze gaat trouwen met Hans Roeper van de Fenne, en nu is onze groene parkiet bij Conijn (ons blauwtje is dood). Het was een pracht, zoals die twee bezig waren om hem te vangen!

Zondag 2 Mei 1965. Volgende zaterdag is er op de Bremakker een lezing van de heer Calkoen over opgravingen in Velzen. Ik ben benieuwd.

Zondagochtend 9 Mei 1965. Gisteravond was er een bijeenkomst van de Archeologische Werkgroep. Er werd gesproken door Meneer Calkoen, een gepensioneerd h.b.s. leraar. Hij sprak over opgravingen in Velzen. Ze krijgen daar alle medewerking van de Hoogovens.
(Dit is niet te harden, die pen, ik neem een andere.)
Hier graaft men nog harder door als er scherven worden gevonden. Het was allemaal erg interessant. Ze hadden in Velsen een paalgat opgegraven, met een halve paal erin en toen was er een slimmerik en die zei: “Ik heb een plattegrond van een boerderij van de terp van Ezinge gezien en als ik nu vier meter daar heen ga en 6 m daarheen, dan zit daar weer een paal”. Hij zette het uit, groef en vond de paal! Zo hebben ze daar die hele boerderij opgegraven volgens de plattegr0nd [van Ezinge] en alles klopte precies, terwijl deze boerderij veel ouder was dan die van Ezinge.
Ze hadden ook een paar mooie zegelringen gevonden, alleen de steen dan, de ring niet. Een met een vrouwekopje en een met een pegasus die over een bron sprong.
Het is een leuke zaal daar bij Alta, met een open haardvuur en zo.

Dinsdagafternoon 8-6-’65. Ik reed een tijdje terug, vrijdagavond, langs de Hollewal, en daar was een dreglijn bezig, toen ben ik eens gaan kijken, en er was een nieuwe sloot gegraven en daar kon ik het profiel van twee greppels zien, ong. 2 m tussenruimte, het deed me erg denken aan de kringgreppel die we eerder hadden, dus heb ik Conijn gewaarschuwd, die zou gaan kijken.

4-9-’65. Meester Conijn vertelde me dat gisteren, toen ik er was om een zak scherven van Akenbuurt te laten zien. Vandaag was ik daar weer, want er was een stuk land omgeploegd aan de oude Kogerweg, waar vermoedelijk een oud klooster heeft gestaan en ik zou daar eens gaan kijken en dan vertellen wat er was.
Papa vertelde me dat hij altijd had gehoord dat het op die hoek gestaan had, tegenover Landzicht op de hoek Kogerweg-Pontweg en dat er fundamenten gevonden waren en er nog een oude put was. Die put was niet bar oud, want er stond op W. Grimijzer en die heeft Papa nog gekend. Maar oorspronkelijk schijnt daar een andere geweest te zijn, een oudere.
De eigenaar [Jan Huisman], van Berkenhoeve (Pontweg) zei dat het land Kloosterhoek heette, omdat de vroegere eigenaar [Hein Smit en Jannie Witte] het altijd zo genoemd had.

17-9-’65. Morgenmiddag gaan we misschien graven in Oud Den Hoorn met enkele Werkgroepleden. Vorige week zouden we ook al, maar toen regende het. Hopelijk deze keer niet!

3-10-’65. Gistermiddag met de werkgroep wezen graven in Oud Den Hoorn. Veel scherven van Jacobakannetjes. De andere gravers waren vader en zoon Gerrits, Conijn, Swiers en Hans Kiewiet. We gaan waarschijnlijk nog wel een keer.

10-10-’65. Gisteren weer naar Oud Den Hoorn geweest. Het onderzoek is nu afgesloten. Als slot van de opgraving hebben we de hele steile rand die we hadden gemaakt schuin gemaakt en toen we klaar waren zei iemand dat die rand altijd al steil was geweest omdat er nesten van oeverzwaluwen in waren.
Er werd trouwens nog maar weinig gegraven. Reydon en ik waren aan het zandbouwen. Ik maakte de figuur en hij zorgde voor materiaal. Ik maakte een reconstructie van een bewoonster van het dorp in de winter met 10 graden vorst. Zij was dan ook geheel gehuld in omslagdoeken en lange warme rokken.
De 23ste mag ik met de werkgroep mee naar Velsen. Naar de zaterdagmiddagploeg van de werkgroep aldaar. We gaan met de boot van 12 uur, dus veel moeilijkheden met school levert het niet op.

24-10-’65. Gisteren ben ik met 7 leden van de Werkgroep naar Velsen gegaan op bezoek bij de Werkgroep Kennemerland. We gingen met de boot van 12 uur, zodat ik het laatste uur vrij gevraagd had. Ik ging naar Conijn, dat was de plaats van bijeenkomst. Om 11.40 uur belde Conijn Hans Kiewiet en Gerard Moonen op. De eerste zei:”Ik dacht dat jullie vanochtend al gingen”, en de ander: “Gaan jullie vandaag?” Maar ze waren toch nog op tijd voor de boot. De hele reis heb ik zo goed las geen last van wagenziekte gehad, hoewel er 2 zaten te roken, pijp en sigaret door elkaar, en het erg naar benzine stonk.
We moesten op het Hoogoventerrein zijn, en dus door de controle. Ze controleren daar alles en iedereen, niemand kan er zo op en af gaan.
We werden afgehaald door iemand van de Werkgroep, Bokman of zo. Ik kan geen namen onthouden. Die bracht ons naar de “keet” van de Werkgroep, een flink gebouw met keuken, kookgelegenheid, toilet, 2 kleine kamers en een vergaderkamer, alles volgestouwd met scherven.
Eerst gingen we een 1/2 uur het terrein op. De scherven Pingsdorf, kogelpot enz liggen er zo voor het oprapen. En overal op het terrein staan enkelingen, of 2 man, te graven. Overal zie je mooie profieltjes.
We kregen 2 koppen thee en 2 koekjes in de keet, bekeken enkele fotoboeken, er werd ons van alles verteld en toen gingen we naar Wijk aan Zee, waar men een 14e eeuwse vuurtoren aan het opgraven was. Daar was een deel van de Kennemer werkgroep en een paar A’dammers. Het is daar in die streek werkelijk een paradijs voor archeologen!
Na de vuurtoren gingen we weer terug naar de keet en kregen daar een kop bouillon met een koekje. Er werd nog veel gepraat en bestudeerd en om ± 7 uur vertrokken we weer voor de boot van 9 uur. Volgende keer gaan we naar Assen, om de Neanderthal werktuigen te zien en de veenlijken en zo.

19-1-’66. Bij het Torenhuis is de weg verbreed en daar lag het kerkhof van de Westen. Volgens Swiers waren er wat schedels tevoorschijn gekomen. Zo gauw de sneeuw weg is gaan Maartje G. en ik er eens kijken.

26-1-’66. Vrijdagavond is er weer een bijeenkomst van de Archeologische Werkgroep.

6-3-’66. Gisterochtend moest ik een Aardrijkskunde-schriftelijk inhalen en toen vroeg Sikkens “Ga je ook graven vanmiddag?” Toen bleek dat er een amateuropgraving was op de hoek Hallerweg-Pontweg op het “Hoge Landje”.
Ik een schep opgediept en op naar het graafwerk. Het was een stuk grond dat binnenkort weggegraven wordt omdat de weg er verbreed moet worden. Gerrit Gerrits wist dat er een hoop scherven inzaten en we mochten er ook wel eens op van de eigenaar, maar nu moest alles wel erg gauw gebeuren.
We hebben een stuk gladgeschraapt, er zaten leuke strepen en grondsporen in, en iets wat leek op paalgaten. J.P. Reydon kwam langs op z’n brommer en deed net of hij ons niet zag. Later kwam hij nog terug en moest weer hard graven. We kregen thee van de eigenaresse van ’t Hoge Landje. Om ong. 1/2 5 vond Alta een grote pot, geheel in scherven, maar het viel toch nog wel te restaureren. Er zat een halve rand bij en een groot stuk van de bodem. Reydon nam hem mee naar huis.
Vanmiddag ga ik waarschijnlijk wel weer graven.

We hebben de hele middag gegraven. In het begin ging het niet zo hard. Er waren te weinig scheppen. Toen hebben we er in en bij Den Burg een paar opgeduikeld, zodat we allemaal aan de gang konden.
We zijn begonnen nog ong. 50 à 60 cm zoden te steken bij wat we al hadden en dat gelijk te maken met de rest. Verder mochten we niet gaan.
Hier een situatieschetsje.

Ruwe schets van de Plaats van de opgraving met stookplaats en grondsporen en het putje van Swiers (x).

Toen begon Gerrit Gerrits met het opmeten van het huis en de afstand tot de opgegraven strook. We hadden veel bekijks. Soms waren er hele opstoppingen bij de weg. Er is ongeveer 35 keer iets gezegd over “schatgravers” of in de trant van “Heb je de schat al?”. Er waren gelukkig ook echte belangstellenden, maar slechts weinigen sloten zich bij ons aan.
Nu begonnen we het vlakke stuk mooi glad af te graven. We hadden nog steeds niets bijzonders meer gevonden na de pot van gisteren. Wel veel scherven, randjes en bodem-stukjes. Veel randjes waren door vingerafdrukken etc. versierd. Zo goed als al het aardewerk was inheems, het meeste roodgebakken, en verder helemaal zwartgeblakerd.
Het stuk liep nog een beetje schuin, zodat dat recht afgegraven werd. Monica en Frits-Jan waren ook aan het helpen. Meester Swiers kwam nog opduiken, hij was eerder op de middag al met de hele familie langsgekomen in de auto en had zich nu vrij weten te maken. Sikkens hadden we nog niet gezien. Ook zaterdag niet.
Papa en Mama kwamen ook aan. Papa [ging] meteen met een schep helpen graven [“Dat moet je zo doen, Meester”]. Hij was erg enthousiast. Hans Kievits heeft, zonder dat Papa het wist, een foto van hem gemaakt. Monica en ik hielpen Swiers scherven te zoeken in een pas ontdekt putje, waar een heleboel scherven uitkwamen. Er waren versierde bij, met strepen en met putjes, erin gemaakt met een takje, en ook gewoon glad inheems en inheems besmeten aardewerkscherven.
Toen kwam er opeens een hoop drukte. Papa en Meester Conijn waren nu bijna klaar met het rechtafgraven en hadden een stookplaats gevonden [Papa legde de eerstgevonden steen al apart om mee te nemen naar huis, zoals hij alle zwerfkeien meenam]. Het waren wat zwerfkeien naast elkaar en klei ertussen. In de klei allerlei inheemse scherven van rond [het begin van] de Jaartelling, zo ongeveer. Het stookplaatsje lag vlak bij de pot, die we gisteren gevonden hadden. Het was ongeveer het laatste wat we deden.
Er werden nog wat foto’s gemaakt, van het stookplaatsje, het putje van Swiers en wat overzichtfoto’s van het afgeschraapte stuk.
We gooiden weer zand over de stookplaats, omdat anders iemand de stenen weg zou halen voor z’n tuintje. De een na de ander vertrok naar huis. De zon was ondergegaan en de avondmist kwam opzetten en dat was nogal koud.

7-3-’66. Vandaag is de dreglijn nog niet in onze opgraving gekomen. Hans Kievits en Gerrit Gerrits zijn er vandaag wezen graven. Ik kon ze niet helpen, ik had knappe kleren aan en een Duitse repetitie. Ze hebben een plan voor de stookplaats. Als je er lak opgooit zodat het goed plakt, en dan ondergraaft en op een stuk hout schuift, berg je het helemaal, in de oorspronkelijke vorm. Ik weet natuurlijk niet of dit de beste methode is.

8-3-’66. Onze opgraving is voorlopig gered. Ze wachten met afgraven tot na donderdag. Dan hebben we nl. vrij vanwege het huwelijk van prinses Beatrix. Woensdagmiddag heb ik ook vrij, zodat er dan een flink eind gedaan kan worden. Volgens Gerrit Gerrits krijgen we ook een paar kneusjes, om te helpen spitten. De R.O.B. komt niet. Swiers heeft gisteren een pot uitgegraven, in duizend stukken.

11-3-’66. Gisteren is Prinses Beatrix getrouwd. Dientengevolge hadden wij vrij. Gisterochtend gegraven. Het ging regenen, maar we zijn toch doorgegaan. Mama zei, dat als ik het hart had het nog eens te doen ……. Zodoende ben ik ’s middags naar huis gegaan toen het weer ging regenen. Het was dus uitgesproken rotweer.
Vandaag was het weer mooi. Zonnig maar er stond een harde N.W.wind. Kasanmoentalib was ziek, 2 uur vrij. Na schooltijd weer gespitterd. Vond een spinschijfje. Het 3 1/2de.

13-3-’66. Gistermiddag weer gegraven. Het woei wel hard maar het regende niet. Toch waren er, ondanks het feit dat er uitnodigingen verstuurd waren, maar 5 mensen van de 22. Monica, Frits Kleinhuis, Gerrit Gerrits, Alta en ik. Zelfs Hans Kievits was er niet, zodat er geen foto’s gemaakt konden worden.
Mijn putje, het derde, deed heel eigenaardig. De ene helft eindigde in een klein putje, en het was nog maar ± 10 cm diep. Wel zat er een spinschijf in. Het 4 1/2de.
Toen zijn we de proefsleuf gaan verbreden. Er kwamen aan het begin en het eind een greppel uit. Misschien loopt hij wel rond. Dit idee:

Uit de 2 andere putjes kwamen alleen scherven. Niets dat erop wees dat het grafkuilen zijn. Hoewel ze wel prachtig vierkant zijn met ronde hoeken.

Nog steeds een pijnlijke rug van de graverij van vanmiddag. Gerrit Gerrits en z’n pa, Hans Kievits en misschien nog wel meer figuren hadden de proefsleuf nu zo ver mogelijk verbreed. Daar liet zich een brede greppel zien, die op het eerste gezicht niet doorliep in de greppel aan het begin van de sleuf, maar toen we hem goed ageschaafd hadden deed hij dit wel.
Gerrit tekent alle greppels en kuilen in, zodat we later nog precies kunnen zien waar de vondsten vandaan komen. Er was vandaag een klein zwart kraaltje uitgekomen en de helft van een speciaaal gebakken spinschijfje. Dat maakt samen met de ander 4 1/2 5.
Ik heb m’n putje afgeschaafd. Het liep uit in 4 grote en 2 kleine paalgaten.

laatste keien van het oventje

beeld van m’n putje

ander vierkant paalgat

De grote paalgaten waren keurig vierkant, de kleine rond.
Het was een heel gek putje.
Ook de heer Sikkens is komen graven. Eerst wat aarzelend, vragen stellend aan de ijverige spitters en toen met grote ijver aan het zodensteken. Conijn was er, ditmaal zonder z’n zoontjes en we hadden weer het gebruikelijke commentaar van de voetballiefhebbers, die gingen naar of terugkwamen van het Boysveld.

18-3-’66. Vanavond een plakavond van de Archeologische Werkgroep. Bij Gerrit Gerrits thuis.

[Gegevens van deze opgraving zijn opgenomen in het dikke boek van Flip Woltering “xxx” uit 19xx. Het stookplaatsje is geborgen op de aangegeven manier. Het heeft jaren bij Gerrit in de tuin gestaan, tot het alsnog uit elkaar viel. Hij heeft ons de stenen gegeven, omdat Papa de eerste steen gevonden had. Van Clemens Barhorst heb ik een emmer keileem gekregen, maar in 2005 is er nog steeds geen restauratie gedaan. Maar in mei 2006 vond ik een emmer met natgeregende, kneedbare keileem en heb ik in het inmiddels al lang klaarstaande kistje een reconstructie gemaakt. De kei-leem bleek kei-hard op te drogen.]

20-3-’66. Gistermiddag weer gegraven. Het woei niet zo hard meer en de zon scheen, zodat het wel redelijk ging. Er kwam weinig uit de tweede kringgreppel (zie schetsje) wat scherven en het 6e spinschijfje. Alles bij elkaar is het maar een gek stuk grond. Ik heb m’n nieuwe spijkerbroek aan vandaag.

1-4-’66. Vanavond komen er enkele leden van de Werkgroep Velsen een tegenbezoek brengen.

3-4-’66. Gisterochtend hadden we school, gistermiddag ben ik met de Velsense en Amsterdamse Werkgroepen en een paar leden van Werkgroep Texel op stap geweest over het zuidelijke deel van het eiland. Naar de Hoge Berg, het Russenkerkhof, de Schans, Brakenstein, Ceres, de Mok, Oud Den Hoorn, om de gasten enig idee te geven van de situatie hier.
Bij Oud Den Hoorn gingen ze kijken of het waar was wat we in Westerheem geschreven hadden, en groeven een diepe put. Gelukkig kwam er helemaal onderuit nog een klein stukje Jacobakan, zodat de theorie nog leeft.
Tijdens de graafwerkzaamheden kwam er een kind aanwandelen en die haalde uit een tasje een Jacobakan waarvan alleen de hals ontbrak. Luid gejuich steeg op, zodat het kind geen mond meer open deed.We gingen mee naar de boerderij, voerden het kind zuurtjes en dropjes en hoorden daar van de boer dat de kan uit Oud Den Hoorn kwam en dat we mochten graven als daar weer eens gelegenheid toe was en dat hij als hij iets vond Conijn of Gerrit of Alta op zou bellen.
Gisteravond ben ik nog even naar de Bremakker geweest, ze vertoonden dia’s en een stuk film “Laurel en Hardy in de Steentijd”. Zeer toepasselijk.

1-5-’66. Er lag donderdag een mooie grote zwerfkei tegenover de Kapberg langs de weg. Ze hadden hem over de tuinwal gegooid, want er lag een hoop vers zand naast. Vrijdagavond heeft Papa ‘m meegenomen, en toen kwamen we tot de ontdekking dat er midden in de ronde kant een mooi klein rond gaatje zat geboord. Een klein putje. We denken dat dat een gaatje was waarin men een stokje zette en dan, door dat snel op de een of andere manier te laten draaien, vuur maakte. Als dat zo is, dan is dat gaatje vrij oud, misschien wel 2000 jaar of meer.

29-5-’66. Bij die oude boerderij aan de Kogerstraat tegenover de Begraafplaats [de Boogerd] waren enkele personen bezig met de afbraak daarvan, zaterdagochtend. Het is heel jammer dat het gebouw daar weg moet, maar het staat in de weg als je daar de hoek om moet en in zijn plaats kunnen weer 2 bungalows staan.
Ik vroeg aan de afbrekers of er nog tegeltjes in zaten, dat zaten er, ik moest ’s middags maar eens terugkomen, ze zouden zien dat ze ze er heel uitkregen. Toen ik ’s middags kwam waren ze al weg, er was niemand. Er waren stapels oude plavuizen uitgekomen, daar zou vandaag een Amsterdammer voor komen. De kelder was ook bijzonder, met een oud booggewelf en groen-gele geglazuurde plavuizen op de vloer [op de grond in het fietsenhok in Alkmaar ligt een stapeltje plavuizen die uit de Boogerd komen].
Zo ongeveer was de boerderij, ’n schapenboet, met daaraan vast een huis. Er was vroeger een tuin bij met geschoren heggen en boompjes. Daar staat nu een bungalow.

1-6-’66. Om half 1 naar de boerderij aan het Kogereind gegaan, om te kijken of er nog wat was. Ik vond een tegeltje tegen de muur. Probeerde hem los te slaan met een steen, dat ging niet. Ben toen naar Conijn gegaan om een hamer en een breekijzer. Conijn ging zelf ook mee. We vonden er nog een paar, allemaal gingen ze kapot toen we ze er uit haalden. Een paar jongetjes, die kwamen kijken, ontdekten dat de deur naar de schuur en het achterhuis open was. Daar was het uiteraard een afschuwelijke bende, planken, plavuizen in de keuken, planken op de keldertrap. De kelder was nog intakt, groene en gele plavuizen, maar vastgemetseld, die krijg je er niet uit. Conijn gaat Barhorst, de afbreker, opbellen om een 30 plavuizen te kopen, voor bij z’n haard.
Misschien gaat Conijn wel verhuizen naar Enkhuizen, daar kan hij een huis krijgen met 14 kamers, een oude pastorie. Maar als hij dat doet gaat hier de hele archeologische werkgroep over de kop. Nu probeert hij hier een groter huis te krijgen.
Ik nam de tegelscherven mee naar huis en maakte ze schoon, met Monica. Straks gaan we ze lijmen.

8-7-’66. De archeologen hebben vanavond bestuursverkiezing, Conijn gaat weg en nu moeten we een andere secretaris. Ik ben bang dat de hele zaak op de fles gaat, want wie is er daarvoor geschikt?

10-7-’66. We hebben vrijdagavond de volgende nieuwe bestuursleden gekozen: Hans Kievits met als “hulpje” Meester Swiers en als penningmeester Johan Reydon. Ik vind de sfeer op zulke bijeenkomsten altijd zo prettig, een klein beetje “intellectueel” en toch vol grapjes. De opkomst is nooit erg groot, zelfs nu waren het er nauwelijks 10, maar dat maakt het misschien alleen maar gezelliger.
Ik was al op weg naar huis, met een kei uit het Conijnetuintje, alles wat zij niet meer nodig hebben geven ze weg, om half 12, en toen kwam J.P. Reydon me achterop om me naar huis te begeleiden, zoals hij zei. Ik vind dat prettig, altijd voelt een van de aanwezigen zich geroepen om het arme onschuldige meisje naar huis te brengen. Hoef ik nooit alleen door het donker.

9-9-’66. Morgen graven in Oud-Den Hoorn.

11-9-’66. Gisteren zijn Monica en ik gaan spitten in Oud-Den Hoorn. Eerst was er verder alleen Gerrit Gerrits, later kwam Hans Kievits ook. De opkomst bij zulke gelegenheden is nooit zo daverend. En de vondsten waren deze keer ook maar niets.

Zaterdag 14 oktober 1967. Gisteravond was er vergadering van de Archeologische Werkgroep. Een logé van Alta, AWN-er en sinds een half jaar ook NJN-er, was daar. Zondag komt hij bij ons op ekskursie. Dat kan leuk worden. Hans Kievits had een grappige schoolfilmstrook over de prehistorie, niet helemaal wetenschappelijk verantwoord, hoewel de ROB eraan had meegewerkt.

Vrijdag 15-11-1968. Vergadering van de Archeologische Werkgroep. 5 aanwezigen: gerrit, Frits Kleinhuis, Alta, Hans Kievist en ik. Vergaderd over wat er moest gebeuren om de leden wat op te peppen- interne prop!- het is ook overal hetzelfde!

Zondag 16-2-1969. Ik ben lid af van de AWN, het was me te duur en er werd op Texel toch niets meer gedaan. Graven is leuk, maar verder heb ik er geen tijd meer voor.


Terug naar de vorige bladzij